Laatst sprak ik met iemand die zijn blogs had gebundeld en er een boek van had gemaakt. “Wat gaaf,” zei ik, “dat zou ik ook eens moeten doen.” “Nou,” waarschuwde de boekenschrijver mij, “dat is nog best lastig hoor. Voor een boek moet je je teksten veel langdradiger maken en ook veel meer moeilijke woorden gebruiken.”

    Verbaasd keek ik hem aan. Dat de hapsnapperigheid van sommige blogs misschien niet geschikt is voor papier wil ik best aannemen. Maar dat je andere, ‘moeilijke’ woorden moet gebruiken  voor een boek, dat vind ik maar raar. Het raakt wel een gedachte die mij vaker door het hoofd schiet. Een vraag eigenlijk: wat is het toch hier in Nederland met het idee dat een tekst pas inhoudelijk sterk is, als deze ook zo onbegrijpelijk mogelijk is geschreven?

    Yanks zijn wel leuk…soms

    Natuurlijk, ik chargeer, niet alle Nederlanders vinden dit. Maar ik lees graag en vaak Amerikaanse boeken en heb het idee dat die yanks niet zo’n last hebben van het vinden van een manier om lastige informatie op een vermakelijke, humoristische en toegankelijke manier te ontsluiten. Terwijl veel Nederlandse schrijvers nogal kunnen door blaten. Ik heb het dan over boeken die je iets zouden moeten leren. Vakliteratuur over webredactie en online marketing, of over bijvoorbeeld zoekmachineoptimalisatie.

    Je doet het voor hen, weet je nog?

    Wanneer je als schrijver kennis wil overdragen, dan zou de behoefte van je lezer het uitgangspunt moeten zijn: wat heeft de lezer nodig om deze kennis tot zich te nemen en te begrijpen? Als schrijver ben je ondergeschikt aan het belang van die lezer. Jouw kennis krijgt ook pas waarde op het moment dat je in staat bent die over te brengen aan jouw lezers.

    Egotripperij

    Een dergelijk boek – bedoeld om kennis over te brengen – mag dus geen egotrip zijn van de auteur: ‘Kijk eens wat ik allemaal weet. Dit weet ik en dit ook nog en van dat weet ik ook nog van alles af.’ Dat is misschien fijn voor de schrijver en zijn vriendjes uit het vakgebied, maar waardeloos en onbruikbaar voor degene die het boek in handen heeft. Ik heb nog wel eens wat gestudeerd en de studieboeken die ik handen kreeg, waren niet om door te komen. Archaïsch taalgebruik, jargon en zó ver van mijn wereld verwijderd dat ik wel erg  mijn best moest doen om het bruikbaar te maken.

    Laat dat ego thuis 

    Als tekstschrijver denk je na over je doelgroep. Over hoe je jouw teksten kunt laten aansluiten bij die doelgroep. Daarop pas je je ‘tone of voice’ aan en kies je de woorden die je gebruikt. Romanschrijvers doen dat veel minder. Die hebben een verhaal te vertellen en vertellen dat verhaal. Misschien houden ze nog rekening met de leeftijd, maar dat is het vaak wel zo’n beetje.

    Jij werkt voor mij

    Kennisoverdragers die boeken schrijven, zouden zich echt meer als die tekstschrijvers moeten opstellen: ga uit van je publiek en laat dat ego thuis. We weten al dat je veel weet, anders hadden we je boek niet aangeschaft. Nu is het jouw taak mij zoveel mogelijk van wat jij weet, te helpen begrijpen. Jij werkt voor mij – de lezer – en ik niet voor jou.

    Binnenkort ga ik eens een poging wagen de meer dan 2000 blogs die ik heb geschreven te bundelen. Maar ik laat me door geen enkele uitgever moeilijke woorden of langdradigheid aanpraten. Dat is zó 1880.

    Dit artikel verscheen eerder in Tekstblad